Login

Géén lid van het Biotech Systems Platform?
Klik hier voor meer informatie.

Door de snelle aangroei van de wereldbevolking zal de directe behoefte aan (drink)water alleen maar toenemen. Er is ook een groot indirect effect op de vraag naar water. Om één calorie voedsel te produceren is ongeveer één liter water nodig. Dat maakt dat we per persoon gemiddeld 2.500 liter water per dag nodig hebben. Er is 300 liter water nodig voor de productie van een ei, een halve kilogram aardappelen of twee koppen koffie. Een katoenen T-shirt kost 5000 liter water.

Aangezien er nu al een tekort is aan schoon drinkwater, zal de vraag naar nieuwe hightech en biotechnologie technieken fors toenemen. We richten ons in het bijzonder op partijen in de waterdistributie en watermanagement, waterzuivering en (actieve) waterreiniging en monitoring en analyses.


Waterreiniging en -besparing

Van oudsher wordt waterzuivering bij een waterzuiveringstation gedaan in verband met de grote hoeveelheid ruimte die nodig is om het water op te slaan zodat het kan bezinken.  Met nieuwe technologieën is het mogelijk om waterzuivering dichter bij huis te doen. De twee belangrijkste methoden hiervoor zijn filtratie en het aanvallen van afvalstoffen met behulp van bacteriën.

Steeds meer wordt gebruik gemaakt van ultrafiltratie, een filtratiemethode waarbij het principe van omgekeerde osmose wordt toegepast. De te zuiveren vloeistof wordt geleid door een filter met een semipermeabel membraan waarover een drukverschil staat. De grootte van het drukverschil en het soort membraan bepalen de snelheid waarmee het vocht wordt onttrokken. Grotere moleculen zoals zouten, bacteriën of rode bloedlichaampjes worden bij dit proces tegengehouden. Het op deze wijze verkregen zuivere eindproduct wordt aangeduid met permeaat. Het voordeel van deze methode is dat er nagenoeg alleen waterdeeltjes overblijven en dat de filters langer meegaan dan de normale zandfilters.

Verder richten de ontwikkelingen in dit gebied zich op het gebruik van bacteriën om afvalstoffen aan te vallen. Wat natuurlijk betere resultaten oplevert dan de nu nog veel gebruikte  bezinkingmethodes. De hele kleine of opgeloste deeltjes die na de mechanische zuivering nog overblijven in het water, worden door aërobe bacteriën en micro-organismen afgebroken. Samen met toegevoerde zuurstof zorgt dit actieve slib ervoor dat de organische afvalstoffen worden afgebroken tot koolstofdioxide (CO2), stikstofgas (N2) en water (H2O). Deze biologische zuivering lijkt dus heel sterk op wat er in een natuurlijke waterloop gebeurt, alleen dan op een veel hoger tempo. Uit dit overgebleven slip kan weer (CO2-neutraal) biogas gewonnen worden.